Als jonge jongen al kon ik dolgelukkig worden van een groot
stuk vlees op mijn bord. Daarover kon ik enorm fantaseren. Bij voorkeur ’s
ochtends als ik net wakker was geworden. Dan ging ik er eens lekker voor liggen en plaatste
ik mezelf terug in de riddertijd. Want in die tijd, zo begreep ik uit films,
werd altijd zo uitbundig gegeten.
Mijn grootste inspiratiebron was de populaire televisieserie
‘Floris’. Rutger Hauer speelde de hoofdrol van de heldhaftige ridder. Het was
leuk om zijn avonturen en schermutselingen te volgen, maar ik veerde pas op als
de heren ridders aan tafel gingen. De maaltijden bestonden vooral uit gebraden
vlees en er werd niet bepaald netjes met mes en vork gegeten. Grote stukken
kip, varken en kalkoen werden met de hand in de mond gestopt en luid smakkend
vermalen. Wat was ik daar graag bij geweest.
Dat was praktisch helaas niet mogelijk, maar
in gedachten kon dat natuurlijk wel. En dus beeldde ik mezelf in dat ook ik
aanschoof en, slechts ondersteund door een kloek mes, stukken mals vlees naar
binnen werkte. Daar ging ik dan zo in op dat ik het vlees ook werkelijk kon ruiken
en proeven.
Op dat soort momenten kreeg ik de smaak helemaal te pakken.
Was de film in mijn hoofd afgelopen, dan stapte ik mijn bed uit, pakte een paar
dikke kookboeken uit de keuken en ging daarmee weer onder de dekens liggen. Ik
sloeg het hoofdstuk met de vleesgerechten open en verlekkerde me aan de diverse
tot de verbeelding sprekende plaatjes.
Erg prettig om te doen. Wel kreeg ik er enorme trek van.
Probleem was echter wel dat het nog lang zou duren voordat we ’s avonds gingen
eten en ik vlees op mijn bord zou aantreffen.