Het is allemaal de schuld van Paul Bocuse. De beroemde Franse topgastronoom was in de jaren zestig, zeventig één van de inspiratiebronnen achter een nieuwe trend: de Nouvelle Cuisine. Als tegenhanger van de toen gangbare overvloedige Franse keuken, werd deze ‘nieuwe keuken’ geïntroduceerd.
Verse, licht bereide ingrediënten, aantrekkelijk gepresenteerd – zo liet deze nieuwe stijl van koken zich kort en bondig omschrijven. Heel lovenswaardig, heel gezond ook, maar het is met deze benadering helemaal uit de klauw gelopen. Zeker nadat Bocuse, die nu eenmaal als voorbeeld diende, zich eens de volgende uitlating had laten ontvallen: ‘Ik heb een afkeer van overdaad. Ik verkies van tafel op te staan terwijl ik nog wat honger heb.’
Zo’n opmerking is natuurlijk vragen om problemen. En
die kwamen er dan ook.
De vele restaurateurs die zich tot fan van Bocuse
hadden verklaard knikten instemmend en lieten zich door hem inspireren. Dat
gebeurde ook in Nederland. Het gevolg was dat menig restaurantgast na de
laatste gang gierend van de honger vertrok en met trillende handen nog snel wat
munten in de dichtstbijzijnde Febo-automaat wierp om toch nog maar wat eten
binnen te krijgen.
Want wat leverde de Nouvelle Cuisine? Als hoofdgerecht
een maagdelijk wit bord met, als je héél goed keek, een minuscuul stukje vlees
of vis, twee geblancheerde worteltjes met wat snippertjes peterselie erop en een
gevierendeeld spruitje.
Meer niet.
Het is mij ook een keer overkomen. In de jaren zeventig
gingen we met het hele gezin regelmatig uit eten en meestal kozen mijn ouders een
veilige bestemming. Dan zaten we in een regulier restaurant en namen mijn
broers en ik, zonder op de kaart te kijken, patat, appelmoes en kip.
Tot die ene keer.
Mijn ouders hadden lucht gekregen van de nieuwe trend
en wilden het best eens proberen. In een chique etablissement dat met de
Nouvelle Cuisine kokkerelde en koketteerde schoven we aan. Ik weet nog dat ik
ongemakkelijk om me heen keek en zich een onprettig gevoel van mij meester
maakte. Een voorgevoel dat er iets ernstig mis zou lopen.
Dat het voorgerecht niet zo uitbundig was, dat kon ik
nog wel begrijpen – daar was het een voorgerecht voor. Maar toen kwam het
hoofdgerecht. Wat er op mijn bord lag, weet ik niet meer (en zonder
vergrootglas kon ik het ook niet weten), maar ik weet alleen nog dat het in
drie hapjes op was. Wat een ontgoocheling.
Ook mijn ouders moesten toegeven dat het toch niet de
bedoeling kon zijn dat je met een grotendeels lege maag binnenkomt en zo ook
weer vertrekt. De Nouvelle Cuisine hebben we afgezworen. En velen met ons. De
trend waaide over. Gelukkig maar. Het was een trend om gauw weer te vergeten.