maandag 16 december 2013

Een trouwe klant



Toen ik in Amsterdam-Noord op mezelf ging wonen, opende dat nieuwe wegen. Ik kon doen wat ik wilde. En dus ook eten wat ik wilde. In koken was ik niet zo bedreven. Maar ik had er vooral geen zin in. Heel af en toe ging ik een beetje roerbakken met wat kipfilet en groente. Lekker makkelijk. Hoefde ik maar één pan af te wassen. Maar meestal liet ik eten thuiskomen of liep ik even naar de Chinees of de snackbar, beide op loopafstand van mijn woning.

Rijke oogst aan folders

In korte tijd heb ik alle besteldiensten uitgeprobeerd. Dat waren er nogal wat, want in de wijk waar ik woonde waren veel bedrijven gevestigd waarop ik een beroep kon doen. Het leverde een rijke oogst aan folders op. Had ik weer eens weinig lust om te koken, dan pakte ik het stapeltje erbij en ging ik er eens lekker voor zitten. Meestal werd het een pizza Calzone, kipmenu of spareribs.

Ik maakte er een feestje van

Ik had de smaak helemaal te pakken. Vooral als er een spannende voetbalwedstrijd op het programma stond, maakte ik er een feestje van. Dan werd het spareribs, maakte ik mijn salontafel vrij en stalde ik hoofd- en bijgerechten uit; de keus bestond uit gepofte aardappel, gebakken aardappelen of patat als bijgerecht en het leek me soms toch het beste om ze alledrie te bestellen.

Korting op mijn spareribs

Mijn frequente bestellingen werden gewaardeerd. Op mijn spareribs is wel eens spontaan korting verleend. Een pizzabezorger heeft me, naast de Calzone, eens een fles Chianti in de handen gedrukt. Omdat ik zo’n trouwe klant was. En toen ik eens het Chinees restaurant binnenliep en mijn keuze kenbaar wilde maken, was de baliemedewerkster mij voor: ‘Nasi goreng extra speciaal?’ vroeg ze met een brede glimlach. Het klopte.

Tot mezelf gekomen

Deze klantvriendelijke gebaren gaven me, hoe leuk bedoeld ook, toch te denken. Was het nou wel zo gezond waar ik mee bezig was? Nee, eigenlijk niet. Ik heb mezelf toen een week lang rond etenstijd bij mijn ouders, broers of vrienden gemeld. Daarna was ik weer een beetje tot mezelf gekomen en begon ik gewoon weer opnieuw.

vrijdag 29 november 2013

Een liefde ontluikt



Als je je hart volgt, kom je vanzelf op je bestemming. Daarvan ben ik overtuigd. Dat werd bevestigd toen ik mijn baan bij Buma/Stemra niet meer zo leuk vond en ik zin had om een oude jongensdroom te realiseren die nog steeds sluimerde: werken als journalist bij een krant.

Bij dromen is het niet gebleven. Ik solliciteerde als redacteur/verslaggever bij huis-aan-huisblad De Echo en werd aangenomen. Mooie jaren braken aan. Vooral toen ik werd gevraagd het blad Horeca Treffen up te graden van een kroegblaadje met cafépraat en flauwe grappen tot een volwaardig horecablad met aandacht voor de betere restaurants en ontwikkelingen in de gastronomie. Daar zat een heel aantrekkelijk aspect aan vast: die betere restaurants bezocht ik en dan mocht ik vaak meteen aanschuiven voor een gratis diner.

Indiase keuken
 
Geen enkele uitnodiging sloeg ik af. Omdat Amsterdam mijn werkgebied was, kwam ik met een keur aan internationaal getinte restaurants in aanraking. Ik heb bijvoorbeeld kennisgemaakt met de Indiase keuken. Een kennismaking die me uitstekend is bevallen.

Ik weet nog dat ik ergens in de Amsterdamse binnenstad een Indiaas restaurant bezocht om daar mijn bevindingen te noteren. De eigenaar trakteerde me op een vijfgangendiner, waarin alle kenmerken van de Indiase keuken terug te vinden waren. De uitbater was er zelf heel enthousiast over en was benieuwd hoe ik zou reageren. Van voorafje tot dessert bleef hij tegenover me zitten en met zijn ogen volgde hij de op- en neergaande beweging van vork naar mond en van vork naar bord. Na elke hap keek hij me vol verwachting aan. Daar werd ik behoorlijk nerveus van, maar ik hield me groot.

Gemarineerde spareribs
 
Ik hopte in die jaren van restaurant naar restaurant en belandde op een, achteraf historische, dag in een restaurant waar je je onbeperkt te buiten kon gaan aan spareribs. Geloof het of niet, maar spareribs had ik nog nooit gegeten. Ook niet beperkt – een term die, als het om eten gaat, toch al niet in mijn woordenboek voorkwam. De spareribs waren gemarineerd en ongelooflijk lekker. De serveerster bleef mijn tafeltje bezoeken om mijn bord bij te laden en daar had ze het erg druk mee. Op een gegeven moment begon ze wat verstoord te kijken en te zuchten als mijn bord weer leeg was. Uit beleefdheid, en omdat mensen van naburige tafels elkaar af en toe aanstootten en steels mijn kant op keken, ben ik maar gestopt.

Roze bril

Het werd een lovend verhaal in mijn krant, geschreven met een roze bril op mijn neus. Mijn liefde voor spareribs was geboren. En die liefde duurt nog altijd voort.

zondag 17 november 2013

Dicht bij het vuur



Zoals zoveel tieners, wilde ook ik geld verdienen met een bijbaantje. Maar wat? In het holst van de nacht kranten bezorgen zag ik niet zitten. Met vroeg opstaan had ik toen weliswaar al weinig moeite, maar er zijn grenzen. Bovendien: wat nu als het hard zou regenen? Gatverdamme; ik moest er niet aan denken. Vakken vullen in een supermarkt dan maar? Neuh, dat was het ook niet. Beetje saai. Maar wat dan wel? Nou, dat zou zich vanzelf regelen.

Keukenhulp
 
Een schoolvriend werkte in het weekend en in de vakanties als keukenhulp in een bejaardentehuis – toen waren ouderen nog bejaarden – en dat zocht een nieuwe kracht. Ik veerde direct op. Een keuken! Dat ik daar zelf niet aan had gedacht.

Bijna vier jaar heb ik er gewerkt en het was een onvergetelijke tijd. Een mooi zakcentje heb ik verdiend. Maar het belangrijkste: ik zat zo lekker dicht bij het vuur!

Warme lunch
 
‘s Middags werd er warm gegeten. De borden kwamen in de keuken op een lopende band voorbij en die werden gaandeweg vol geschept. Dampend kwamen ze voorbij en daar werd ik behoorlijk hongerig van. Zodra de maaltijden naar de diverse afdelingen waren gebracht, mochten de keukenhulpen voor zichzelf een warme lunch samenstellen.

Grote braadslee

Met dat soort secundaire arbeidsvoorwaarden was ik erg blij. De bakken met groente liet ik ongemoeid. In plaats daarvan liep ik zonder omwegen naar de grote braadslee, waarin nog wat gehaktballen, kipfilets of karbonades gezellig lagen te sputterend. Met een vork haalde ik er dan een paar uit en die legde ik op mijn bord. En dan ging ik er eens lekker voor zitten.

Kerstmenu
 
Ook in de kerstvakantie bood ik mijn diensten aan. Er werd dan extra uitbundig gekookt. Nasi bijvoorbeeld. Dat was de specialiteit van de chef-kok. Vooral de saté was van een uitzonderlijke kwaliteit. De stokjes stapelde ik tegen lunchtijd hoog op. Het aantal zal ik uit piëteit met mezelf voor me houden.
Kip en kalkoen stonden eveneens vaak op het kerstmenu. Ooit heb ik anderhalve kip op een bord gelegd en moeiteloos tot me genomen. Toen hij naar binnen was, voelde ik me intens gelukkig. ‘Zalig kerstfeest’, verzuchtte ik.

dinsdag 5 november 2013

Gevleugelde vrienden



Enkele maanden voordat mijn dochter voor een vegetarisch bestaan zou kiezen, had ze al een signaal afgegeven. Een signaal dat ik niet op waarde heb geschat. Kip vond ze niet meer zo lekker, deelde ze een keer terloops mee, dus dat hoefde ze niet meer te eten. En dat terwijl ze daar, net als ik, zo van kon smullen. Gaat wel weer over, dacht ik toen nog. Maar het is niet overgegaan. Integendeel. Er zou een moment komen dat ze vlees helemaal uit haar leven zou bannen.

Kip op nummer één

Tja, kip. Voor zover ik het me kan herinneren, houd ik daarvan, al zouden spareribs deze gevleugelde vriend later van de eerste plaats op mijn lijstje favorieten verdringen. Bij ons thuis stond kip vroeger regelmatig op het menu. Vaak op zaterdag, want dan bereidde mijn moeder altijd iets speciaals. Dat kon een zelf gefabriceerde zalmsalade zijn, kroketten op brood of… kip.

Schaaltjes voor de botjes  
 
Van te voren wist ik niet wat het zou worden. Hoefde ook niet, want ik liet me graag verrassen. En als het dan tegen zessen liep, ging ik in de buurt van de keuken maar eens op inspectie. Vaak rook ik het al. Of ik zag het. Dan had mijn moeder de tafel gedekt en zag ik de borden al staan, met aan de rand metalen schaaltjes geklemd. Voor de botjes! Dan wist ik genoeg. Van het afkluiven van die botjes kon ik geen genoeg krijgen. Geen reepje vlees liet ik zitten. En mijn moeder zag het met genoegen gebeuren. Een moeder ziet zijn kinderen toch graag genieten, of niet?

Kip tijdens familiediner 
 
We gingen ook wel eens uit eten. Mijn broers en ik mochten dan zelf iets uit het menu kiezen. Zelf hoefde ik de kaart niet te zien. Ik wist het zo wel: kip. Mijn ouders lieten me lekker gaan met mijn botjes. Hoewel, niet altijd. Ik kan me nog een avond herinneren dat we een familiediner bijwoonden. Enkele ooms aten ook kip. Toen ze klaar waren, zag ik dat niet iedereen zijn botjes goed genoeg had afgekloven. Dat kon ik niet over mijn kant laten gaan. Ik pakte de botjes van hun bord weg en zette mijn tanden erop. Toen hebben mijn ouders toch maar even ingegrepen.

zondag 27 oktober 2013

Terug naar de riddertijd



Als jonge jongen al kon ik dolgelukkig worden van een groot stuk vlees op mijn bord. Daarover kon ik enorm fantaseren. Bij voorkeur ’s ochtends als ik net wakker was geworden.  Dan ging ik er eens lekker voor liggen en plaatste ik mezelf terug in de riddertijd. Want in die tijd, zo begreep ik uit films, werd altijd zo uitbundig gegeten.

Mijn grootste inspiratiebron was de populaire televisieserie ‘Floris’. Rutger Hauer speelde de hoofdrol van de heldhaftige ridder. Het was leuk om zijn avonturen en schermutselingen te volgen, maar ik veerde pas op als de heren ridders aan tafel gingen. De maaltijden bestonden vooral uit gebraden vlees en er werd niet bepaald netjes met mes en vork gegeten. Grote stukken kip, varken en kalkoen werden met de hand in de mond gestopt en luid smakkend vermalen. Wat was ik daar graag bij geweest.

Dat was praktisch helaas niet mogelijk, maar in gedachten kon dat natuurlijk wel. En dus beeldde ik mezelf in dat ook ik aanschoof en, slechts ondersteund door een kloek mes, stukken mals vlees naar binnen werkte. Daar ging ik dan zo in op dat ik het vlees ook werkelijk kon ruiken en proeven.

Op dat soort momenten kreeg ik de smaak helemaal te pakken. Was de film in mijn hoofd afgelopen, dan stapte ik mijn bed uit, pakte een paar dikke kookboeken uit de keuken en ging daarmee weer onder de dekens liggen. Ik sloeg het hoofdstuk met de vleesgerechten open en verlekkerde me aan de diverse tot de verbeelding sprekende plaatjes.

Erg prettig om te doen. Wel kreeg ik er enorme trek van. Probleem was echter wel dat het nog lang zou duren voordat we ’s avonds gingen eten en ik vlees op mijn bord zou aantreffen.